Vorige week lazen jullie op de blog hoe Sophie onverwacht zwanger werd. Ze zat nog middenin de verbouwingen en volgde een extra opleiding naast haar baan. Bovendien verliep het samenwonen met haar schoonmoeder niet van een leien dakje. Ook na de bevalling blijkt er weinig sprake van een roze wolk. Vandaag lees je het vervolg van haar bijzondere verhaal.

LEES OOK: Bijzonder verhaal: Sophie kreeg een postnatale depressie – deel 1

De laatste drie weken

De laatste weken van de zwangerschap vlogen voorbij. Mijn opleiding had ik inmiddels even stopgezet. Ondanks dat het tussen mijn schoonmoeder en mij echt niet meer ging, klikte het wel heel erg goed met mijn schoonzus. Zij en haar kindjes hebben ons geholpen met het in orde brengen en in elkaar steken van de doopsuiker en dergelijke.

De bevalling

Ons eigenwijze kindje wilde niet uit zichzelf komen, dus werd ik ingeleid op 31 maart 2017, tien dagen na de uitgerekende datum. Mijn gynaecoloog heeft zelf de bevalling geleid. Ze had me beloofd dat ze moeite zou doen voor ons om zelf aanwezig te zijn op het grote moment. Zo lief van haar! Dat idee heeft mij ook steeds geholpen om sterk te blijven. Ik was echt op mijn gemak bij haar, terwijl ik tegelijk ook zo bang was. Mijn bevalling is goed verlopen. ’s Ochtends om 7.00 uur werd ik ingeleid en om 18.35 uur ben ik uiteindelijk bevallen. Het was een lange dag, maar het was het allemaal waard. Er vloeiden tranen van geluk bij mijn partner en mezelf. We hadden een lief, klein, perfect meisje. Ons liefdeskindje. Ons verrassingskindje was opeens heel echt in ons leven.

Een nieuw leven

Ons nieuwe leven kon nu van start gaan. Mijn partner hielp ons supergoed. Hij pronkte ook echt met ons dochtertje. Ik werd steeds meer verliefd op de man van mijn leven. Wat ik die dagen allemaal heb gevoeld, had ik nog nooit eerder gevoeld. Bevallen en mama en papa worden is echt zó bijzonder. Ze zeggen wel eens dat je de liefde voor je kind met geen woorden kan beschrijven. Wel, ik kon inderdaad niet beschrijven hoe graag wij dat kleintje zagen! Ons eigen vlees en bloed, gemaakt uit liefde. Zo speciaal.

Ik was enorm dankbaar voor de hulp die mijn partner me bood, ondanks dat hij er eerst allesbehalve achter stond. Zelfs met de borstvoeding hielp hij. Hij hielp haar mee aanhangen en legde het borstvoedingskussen goed, zodat ik comfortabel zat of lag. Ook ’s nachts nam hij haar steeds uit het bedje om haar dan bij mij te leggen. Hier ben ik ook enorm dankbaar voor.

Van huis gevlucht

Er zijn drie enorm drukke weken voorbij gegaan. Alle dagen was er kraambezoek, waardoor we weinig momentjes voor ons drie samen hadden. Ik verlangde hier wel heel erg naar. Het was uiteindelijk ook allemaal zo nieuw, toch? Het hele ouderschap was iets wat we nooit eerder meegemaakt hadden en ons dus onbekend was.

Het was natuurlijk ook extra moeilijk omdat we niet op onszelf woonden. In de eerste drie weken ben ik drie keer van huis gevlucht. Ik hield het niet langer uit bij mijn schoonmoeder. Ze betuttelde onze baby. Bovendien vroeg ze voortdurend wanneer het eten klaar was of wanneer ik naar de winkel ging. En dat terwijl ik amper drie uurtjes per nacht sliep. Ook de borstvoeding verliep nog moeizaam. Het was erg pijnlijk, maar ik wilde toch doorzetten, omdat mijn partner en ik het allebei belangrijk vonden dat ons kindje borstvoeding zou krijgen.

Terug naar het gewone leven

Toen ik weer terugkeerde nadat ik de derde keer gevlucht was, was mijn partner aan het razen tegen zijn moeder. Vanaf dat moment was ze gedurende enkele weken wat rustiger en ging ze vaker van huis. Na drie weken moest vriendlief echter weer gaan werken. Ik zat dus altijd bij zijn thuis, alleen met zijn moeder. Daarom ging ik vaak dingen doen. Ik ging eens langs bij vrienden of familie, ik wandelde eens naar de stad … Mijn schoonmoeder vond het niet kunnen dat ik zo vaak van huis was.

Gelukkig begreep mijn partner het wel steeds, en kon ik bij hem mijn frustraties kwijt. Al waren de momenten waarop we elkaar zagen schaars, want zijn leven van verbouwen en dergelijke ging weer door. Wel zorgden we ervoor dat we in het weekend sowieso één dag iets deden samen met ons gezinnetje. Dat waren de momenten die ik nodig had om de nieuwe week weer aan te kunnen.

De drukte ging niet voorbij

Uiteindelijk zijn alle andere weken ook enorm druk geweest. De combinatie van het ouderschap met mijn opleiding en de verbouwing was erg zwaar. Mijn opleiding heb ik twee maanden na de bevalling hervat. Eerlijk gezegd zag ik naar school gaan als ontspanning. Ik kon even weg van de situatie. Gedurende enkele uurtjes moest ik niet constant voor onze baby zorgen, maar had ik een normaal leven en contacten met andere, gewone mensen.

Waar is mijn roze wolk?

Ik had het gevoel dat ik alles alleen moest doen, dat alles op mijn schouders terechtkwam. Ik voelde me zowel mentaal als fysiek niets meer waard. Al snel geraakte ik dan ook in een zeer negatieve houding. Van een roze wolk was absoluut geen sprake meer. Ik was uitgeput, ik had geen rek meer. Bovendien werd ik helemaal gek van ons kindje als ze lastige dagen had. Ik had dan de ene uitbarsting na de andere tegen mijn partner. Helemaal gek werd ik, van alles en iedereen, maar vooral van ons kindje. Ik kon het allemaal niet meer aan, en dat werkte ik op mijn partner en ons dochtertje uit.

Duistere gedachten

Uiteindelijk kwam het zo ver dat ik meerdere malen per dag het idee had dat ik haar iets wilde aandoen. Mijn duistere gedachten werden steeds erger. Eerst dacht ik heel oppervlakkig dat ik mijn dochtertje gewoon ‘iets’ wilde aandoen. Na verloop van tijd werden deze gedachten heel concreet: ik wilde haar verdrinken, in brand steken, in de container gooien, in de auto achterlaten, haar keel dichtknijpen … Ik wilde niet naar huis na de les, niet naar haar. Ik wilde haar ook niet gaan ophalen bij mijn moeder. Weer heel dat gedoe met heen en weer rijden. Alles was voor mij toen een heuse opgave.

Ik vind het heel confronterend om dit allemaal te schrijven, omdat er veel lezers waarschijnlijk al een mening zullen klaarhebben. ‘Wat een watje.’ ‘Wegsteken die vrouw.’ ‘De naam moeder niet waard.’ En geloof mij, die dingen dacht ik ook over mezelf, en soms nog steeds. Bovendien liep mijn partner steeds van mij weg, omdat ik een tijdje echt onhandelbaar was en voortdurend uitbarstte. Het was niet juist van hem om weg te vluchten, maar het was ook niet juist van mij om mijn frustraties op hem uit te werken in plaats van een rustig gesprek aan te gaan. Je mag namelijk ook niet vergeten dat hij eerst een hele tijd niet achter deze zwangerschap stond en hier ook zeker niet voor had gekozen. Zo suste ik mezelf telkens weer. Dat ik het dan zelf maar moest oplossen. Mijn partner had geen flauw idee hoe diep ik ondertussen al zat.

 

Ben je benieuwd hoe het verhaal van Sophie verder gaat? Donderdag lees je het derde deel van haar verhaal op onze blog!

 

NOTE: Sophie is een fictieve naam. De mama wilde graag haar verhaal anoniem delen en daarom hebben wij gekozen voor een andere naam.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *