Juist op het moment dat het voorjaar nadert en de temperaturen stijgen, lijkt het alsof het immuunsysteem van mijn kinderen er opeens geen zin meer in heeft. Allebei zijn ze al weken aan het kwakkelen. Om het maar even in cijfers uit te drukken: afgelopen twee weken bezochten we 3 keer de dokter, 1 keer de huisartsenpost, 2 keer de apotheek en 1 keer de nachtapotheek. Hoewel ik ziek zijn heel vervelend vind voor mijn kindjes, heb ik me geen moment echt zorgen gemaakt. Ik vertrouw op mijn intuïtie en ik kan inmiddels goed aflezen aan hun gedrag of ze zich echt ziek voelen. Hoe anders was dat twee jaar geleden toen we net voor het eerst ouders waren geworden.

De eerste nacht alleen

Ik kan me de eerste nacht thuis met Mees nog goed herinneren. Om op te starten kwam er een lieve kraamhulp die ons instructies gaf voor de nacht, waaronder “het temperaturen”. We schreven alles op, zwaaiden haar met een knoop in onze maag uit en bij de eerstvolgende voeding haalden we de thermometer tevoorschijn. Een beetje onzeker keken we elkaar aan. De dame in kwestie was vergeten uit te leggen hoe dat temperaturen precies moest en hoewel we het principe natuurlijk best wisten raakten we toch een beetje in paniek. Want hoe leg je de baby neer? Hoe ver moet dat puntje er in? Beschadigen we niks daarbinnen? Voorzichtig stak ik de thermometer een paar millimeter naar binnen en na een aantal zenuwslopende seconden stond daar op het display het volgende: 35.8. Geschrokken keken we elkaar aan. We hadden opgeschreven dat de temperatuur tussen de 36,5 en de 37,5 moest zijn. In het kraamboek stond een instructie over wat je moest doen bij welke temperatuur. Bij lager dan 36.5 graden stond: twee kruiken en een muts gebruiken en eventueel een wollen trui of deken. Na een uur opnieuw temperaturen, blijft het laag dan moet je de verloskundige bellen. We snorden een extra deken op en gingen duimendraaiend zitten wachten.

Intuïtie

Paniek

Een uur later: temperatuur 35.9. Nog steeds veel te laag. In paniek belde ik de verloskundige. Zij raadde me aan om onder Mees een wollen trui te leggen en nog een deken over hem heen. Over een half uur moest ik nog maar eens bellen. Ervan overtuigd dat het leven van mijn kind aan een zijden draadje hing, ging ik zitten wachten naast zijn wieg. Ondertussen keek Mees verbazend alert met opengesperde ogen om zich heen. Weer een half uur later: temperatuur 36 graden. Huilend belde ik de verloskundige. “Heb je nog een andere thermometer?” vroeg ze. We pakten een reservethermometer, brachten hem in, wachtten op het piepje en keken op het display: 37 graden. De verloskundige begon te grinniken. “Gooi die andere thermometer maar weg”, zei ze. “Die is kapot”. Ik viel stil, Richard vloekte een keer en Mees, tja, die lag gewoon blakend gezond te wezen.

Intuïtie

Tijdens de kraamtijd van mijn dochter heb ik nog vaak aan dit incident gedacht. Tessel heeft er drie weken over gedaan voor ze goed op temperatuur bleef. Geen moment ben ik in paniek geweest. Ik vertrouwde op mijn intuïtie: ze groeide goed en ze was alert. Het is zo bijzonder hoe snel je groeit in je rol als moeder. Dat je zonder thermometer voelt of je kind koorts heeft en dat je ziet aan je kindje of hij of zij zich lekker voelt of niet. Inmiddels kan ik hard lachen om onze paniek om niks, we hebben in de afgelopen twee jaar gelukkig veel geleerd. Maar toch: er ligt tegenwoordig altijd een reservethermometer klaar in de kast!

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *